zaterdag 2 juni 2012

WANDERBACH page 26


Tork has trouble to hold them. What happens is not only unimaginable but so unbelievable that he can’t get it. It’s simply impossible!
The people or what they are, they anyhow look more human then humans now the smoke fades, shove closely together keeping a safe distance to the bench and the whirring jaws of the wild roaring dogs.
Men en women, white as black, yellow and brown. The whole world seems represented. Ugly besides beautiful and young next to old, even dwarfs and deformed, however a minority. It could be a cross section of a tourist summer day in every big city. It is impossible to see who dominates, as an ideal image of the world, gathered together from subterranean-houses.
Then there is their clothing. Without exception every individual is dressed in as translucent tulle as the host, only a lighter color; translucent green as pale that it almost seems white in the bright spring-sun, and like the old man they are naked underneath. Tork can’t explain. With Perlwachter it is barely noticeable. Of course he saw it but without special attention. It belongs to him, but surrounded by the crowd he is painfully aware of their nakedness. Every disability visible; like the woman with only one breast and the scar of the amputation. A one-legged man sustains on a prosthesis screwed on the stump, but also with all others without disability he is aware of their more then human bodies. Not only because decay of the elderly is so definite, more then Perlwachter thanks to his skinny shape, but also with the young ones, tightly in their skin and even children look more naked then they should be.  

Tork heeft moeite ze in bedwang te houden. Wat er gebeurt is niet alleen niet te bevatten maar zo ongeloofwaardig dat het nauwelijks tot hem doordringt. Het kan eenvoudig niet!
De mensen, of wat het ook zijn, ze zien er in elk geval menselijker dan mensen uit nadat de rook optrekt, schuiven stil bijeen op veilige afstand van het bankje en de klappende kaken van de wild grommende honden.
Mannen en vrouwen, blank als zwart, geel en bruin. De hele wereld lijkt vertegenwoordigd. Lelijk naast mooi en jong naast oud, zelfs dwergen en misvormden, al zijn zij in de minderheid. Het zou een dwarsdoorsnede van een toeristische zomerdag in elke grote stad kunnen zijn. Het is onmogelijk uit te maken wie domineert, als ideaalbeeld van de wereld, bijeengeveegd uit onderaardse woningen.
Dan is er hun kleding. Zonder uitzondering is elk individu uitgedost in even doorschijnend tule als de gastheer, alleen lichter van kleur. Doorschijnend groen, zo bleek dat het bijna wit lijkt in de heldere lentezon. En net als de oude zijn ze daaronder naakt. Tork heeft er geen verklaring voor. Bij Perlwachter valt het nauwelijks op. Hij zag het natuurlijk, zonder er aandacht aan te schenken. Het hoort bij hem, maar omringt door de menigte is hij zich pijnlijk bewust van hun blote lijven. Elk gebrek zichtbaar, zoals bij een vrouw met maar één borst en daarnaast het litteken van de amputatie. Een man met één been steunt op een prothese die in het stompje is geschroefd. Maar ook bij alle anderen zonder verminking is hij zich bewust van hun meer dan menselijke lijven. Niet alleen omdat het verval bij de ouderen zo nadrukkelijk is, veel duidelijker dan bij Perlwachter dankzij de graatmagere gestalte, maar ook bij jongeren, strak in hun vel en zelfs kinderen lijken naakter dan ze mogen zijn. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten