Follow by Email

dinsdag 26 juni 2012

WANDERBACH page 54


Tork goes on testing and tries to pick a grass stem but how hard he pulls, the fragile vegetation doesn’t give in and won’t break. He can grab and bend it but with that the manipulation stops and with other plants it’s the same; it is not even possible to pull the smallest leave from a bush. Discouraged he gives up: a landscape as a picture to look at.
Habit faithful he unrolls the tent and ascertains amazed that the pins disappear into the ground without any trouble. No resistance from the irreverent nature but benevolent cooperation and even he can’t make fire, it doesn’t seem necessary either.
The light stays fathomless on the spot. The shades keep the same size and as it does remember of a summer glow it isn’t excessively warm; nice, as weakness after a hot day.
Curious he calls the dogs, gives them a capsule each and notices to his surprise that they swallow it appetizing to lay down satisfied immediately after. He tries it also and has to admit that the stuff is more than enough. It doesn’t seem to have a certain taste and yet he experiences it as tasty, nutritious. He stretches comfortable in the grass and looks up to the nothing while the creeks murmur calm through his head.
Up till now there is no sign of interference by the Gods and Tork hopes that they leave him alone during the night, or whatever follows here at the end of a day, because in spite of the light he needs sleep to collect new energy, otherwise he will be an easy prey very soon. He can trust on the dogs and see what tomorrow brings and with a feeling of tense expectation he glides into the sleeping bag which is not truly necessary but gives a modest idea of safety.
He leaves the front open and with a last gaze on the dogs, that lay down with ease in front of the tent: their head on stretched paws, he closes his eyes. 

Tork test verder en probeert een grashalm te plukken maar hoe hij ook aan het tere gewas trekt, het geeft niet mee en wil niet breken. Hij kan het vastpakken en buigen maar daarmee stopt de manipulatie en bij de andere planten gaat het net zo. Het lukt zelfs niet om het kleinste blaadje van een struik te trekken. Moedeloos geeft hij op. Een landschap als plaatje om naar te kijken.
Gewoontegetrouw rolt hij de tent uit en constateert verbaasd dat de haringen moeiteloos in de grond verdwijnen. Geen tegenwerking van de weerbarstige natuur maar welwillend meegeven en al kan hij geen vuur maken, het lijkt ook niet nodig.
Het licht blijft onpeilbaar op de plaats. De schaduwen houden dezelfde afmeting en al herinnert de gloed aan zomer, het is niet overdreven warm. Aangenaam, als luwte na een hete dag.
Nieuwsgierig roept hij de honden, geeft hen elk een capsule en merkt tot zijn verrassing dat ze het smakelijk binnenslikken om onmiddellijk daarna tevreden te gaan liggen. Hij probeert het zelf en moet toegeven dat het instant goedje ruim voldoet. Het lijkt geen bepaalde smaak te hebben en toch ervaart hij het als lekker, voedzaam. Hij strekt voldaan in het gras en kijkt omhoog naar het niets terwijl de beekjes kalm door zijn hoofd ruisen.
Tot hier is er van een Goddelijke valstrik niets te merken en Tork hoopt dat ze hem tijdens de nacht, of wat er ook aan het eind van een dag wacht, met rust zullen laten, want ondanks het licht zal hij moeten slapen om nieuwe energie op te doen, anders zal hij heel gauw een makkelijke prooi zijn. Hij kan op de honden vertrouwen en afwachten wat morgen brengt en met een gevoel van gespannen verwachting kruipt hij de slaapzak die niet werkelijk nodig is maar die een bescheiden gevoel van veiligheid geeft.
Hij laat de voorhang open en met een laatste blik op de honden die rustig, de kop op gestrekte poten voor de tent liggen, sluit hij de ogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten