Follow by Email

maandag 30 juli 2012

WANDERBACH page 74


The dogs feel the approaching confrontation and stay near to him while Tork flattens a way through the high grass till the uprising wall. He saw well: in the middle gapes the arc-shaped opening of a high gate, but still no sign of life. Unguarded and the path of the Gods leads straight inside. Tork walks unhesitating through the dim entrance on a pebble paved road.
He only hears the rumor after they pass and watches the dogs that stop with sharpened ears. There is nothing that can explain the noise: thousands of throats yell encouragements. The road as a wide garden walk leads to the heart of the town and a crowd so big that Tork stops automatically. The avenue itself is abandoned and the sound doesn’t get noticeable louder until they suddenly reach a large square after a long bend on which thousands are together.
No-one takes any notice of them. In tied masses the inhabitants stick together, their attention focused on a spectacle that keeps hidden for Tork and has to be somewhere in the middle of the vast square judged by the waving movement of the mass. The audience shouts non-understandable yells that are certainly meant as encouragements. It reminds of Ensors Carnival, densely and embellished. Men, women, children: as far as he can see everybody is masked and even the barking dogs are colorful dressed up with a scarf or pants around their back legs in which a hole for the cheerful waving tail. However clothing and masks remind of something festive Tork gets the impression that it is about competition. The crowd too much focused, too much pagan concentration as if a game is going on. A carnival celibration with sport elements? 

De honden voelen de naderende confrontatie en blijven dicht bij hem terwijl Tork een weg door het lange gras baant tot aan de hoog oprijzende muur. Hij heeft goed gezien: in het midden gaapt de boogvormige opening van een hoge poort, maar nog steeds geen teken van leven. Onbewaakt en het Godenpad leidt rechtstreeks naar binnen. Tork stapt vastberaden door de schemerige ingang op een met keien geplaveide straatweg.
Hij hoort het rumoer pas nadat ze de poort passeren en let op de honden die met gespitste oren de pas inhouden. Er is niets dat het gekrijs kan verklaren: duizenden kelen schreeuwen aanmoedigingen. De weg als een brede laan leidt naar het hart van de stad en een menigte zo groot dat Tork onwillekeurig blijft staan. De laan zelf is verlaten en het geluid wordt niet merkbaar sterker tot ze na een lange bocht plotseling bij een groot plein aankomen waarop duizenden zijn verzameld.
Niemand neemt notitie van hen. In dichte drommen staan de inwoners bijeen, de aandacht gericht op een spektakel dat voor Tork verborgen blijft en zich ergens in het midden van het uitgestrekte plein moet bevinden te oordelen naar de golvende beweging van de massa. De toeschouwers scanderen onverstaanbare kreten die zeker als aanmoediging zijn bedoeld. Het doet denken aan Ensors Carnaval, dicht opeen en uitgedost. Mannen, vrouwen, kinderen: voor zover hij kan zien is iedereen gemaskerd en zelfs de met het gejuich mee blaffende honden zijn fleurig verkleed met een halsdoek of broek rond de achterpoten waarin een gat voor de uitgelaten zwaaiende staart. Hoewel kleding en maskers aan iets feestelijks doen denken krijgt Tork de indruk dat het om een competitie gaat. De menigte is te veel gericht, te veel heidense concentratie alsof er een wedstrijd plaatsvindt. Een carnavalsfeest met spelelementen? 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten