Follow by Email

woensdag 30 januari 2013

WANDERBACH page 244 - 245


Tork wants to stop to warn possible stay-behinds, but the camel does not obey and walks quite through the gate. He feels panic. How do they have to go back? He can escape through the shutter which is far too narrow for the large animal.
Trotting through empty streets; nobody to see! Also not on the square in the center and the camel doesn’t go left nor right but takes the shortest way to the north-gate.
Tork is convinced that the town is abandoned; no sound, no-where a dog; the same desolation as on the steppe.

Full expectation they approach the gate; will the camel strand on the fluffy barrier, but decay goes far and they step free under the arch, back into the freedom of the plain.
As soon as they are outside the camel starts to run. Tork grabs the neck, his legs spread wide between the humps. The scenery passes dizzying. Fast as the wind the hoofs not even seem to touch soil. The camel follows the path of the Gods towards the earth-gate and the luring surface. Tork remembers the story of the horse that crossed Underearth.
In spite of the enormous speed he feels safe and yet he looks up worried where the light has been dimmed to almost darkness. Will he be in time? Shall he reach the gate before the catastrophe happens?
The camel runs effortless over the steep mountain-path. They pass the paradise-like pond. Bile comes up his throat when they approach the caves. Here it began. The way back is like rewinding the movie. The tent is still there but the camel runs on.
They stop at the first step of the stairs where the animal kneels. Tork pets the neck while he glides from its back.
- ‘What will happen to you; can’t you come? I will lead you.’ 

page 245 Camel ride

Tork wil stoppen om eventuele achterblijvers te waarschuwen, maar de kameel gehoorzaamt niet en stapt rustig door de poort. Hij voelt paniek. Hoe moeten ze terug? Hij kan door het luik dat veel te klein is voor het grote dier.
Stapvoets door verlaten straten. Niemand te zien. Ook niet op het plein in het centrum en de kameel wijkt niet links of rechts maar neemt de kortste weg naar de noordpoort.
Tork is ervan overtuigd dat de stad verlaten is. Geen geluid, nergens een hond. Dezelfde doodsheid als op de vlakte.

Met een gevoel van verwachting naderen ze de poort. Zal de kameel vastlopen op de donzen versperring, maar verval reikt ver en ze stappen onbelemmerd onder de boog, terug naar de vrijheid van de vlakte.
Zodra ze buiten zijn begint de kameel te draven. Tork klemt zich vast, de benen ver uiteen tussen de bulten.  Het landschap schiet duizelingwekkend voorbij. Snel als de wind lijken de hoeven de grond niet te raken. De kameel volgt het Godenpad richting poort en het lokkende aardoppervlak.
Tork denkt aan het verhaal over het Godenpaard dat Onderaarde doorkruiste.
Ondanks de jachtende snelheid voelt hij zich veilig en toch kijkt hij bezorgd omhoog waar het licht is afgenomen tot bijna duister. Zal hij het halen? Zal hij de poort bereiken voordat de catastrofe toeslaat?
De kameel draaft moeiteloos over het steile rotspad. Ze passeren de paradijselijke vijver. Gal klokt in zijn keel wanneer ze de grotten naderen. Hier begon het. De terugtocht is als het terugspoelen van de film. De tent staat er nog maar de kameel rent verder.
Ze stoppen bij de eerste trede waar het dier knielt. Tork beklopt de hals en glijdt op de grond.
- ‘Hoe moet het met jou? Kun je niet mee? Ik zal je leiden.’ 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten