Follow by Email

vrijdag 28 april 2017

Merlijn - macht

Deze wereld zette de mijne op zijn kop. Hier zat ik als vertegenwoordiger van een buitenwereldse soort tussen twee andere soorten, niet aan elkaar verwant, of toch hooguit in de verte, terwijl thuis in mijn eigen wereld de enige soort met een cortex en een gelijkaardig DNA van meer dan 99% elkaar op alle fronten naar het leven stond. Hier zat ik koffie te drinken, leefde vreedzaam in een dorp vol volslagen vreemden en werd in een onderaards stelsel van werkplaatsen ontvangen terwijl de term spionage niet eens bij wie dan ook opkwam. Het gebrek aan naijver en achterdocht verontrustte mij, alsof het allemaal niet echt was en het duveltje nog uit zijn doosje moest springen.
Legolas leek mijn gedachten te lezen. “Mensen hadden een soortgelijke omgang met elkaar”, sprak hij, “tot zo’n tienduizend jaar geleden bezit zijn intrede deed. Opeens was wat iemand als zijn eigendom zag belangrijker dan de omgang met elkaar. Die tendens verspreidde zich vanuit Klein Azië waar de besmetting begon over nagenoeg de hele wereld, op enkele geïsoleerde gebieden na. Aboriginals bleven bijvoorbeeld lang gespaard maar ook hooggebergte bewoners zoals de Tibetanen. Omdat er geen andere soorten meer waren met vergelijkbare mogelijkheden hanteerde men scheidingen waarvan nu wel vaststaat dat er geen onderscheid is, die voor differentiatie zorgde gebaseerd op de meest belachelijke veronderstellingen zoals bijvoorbeeld schedelgrootte. Om de superioriteit en daarmee het recht op bezit van wat van waarde werd gezien zo bevoorrecht mogelijk te maken werd het toegekend aan de kleinst mogelijke groep terwijl er binnen die groep nog een gelaagdheid werd gecreëerd in de vorm van rangen en standen. De hoogsten in rang hadden toegang tot alle bekende privileges, de lagere iets minder enzovoorts. Ik heb het nu niet alleen over het blanke ras dat dit principe tot grote hoogte perfectioneerde, want het gebeurde ook in China of Japan bijvoorbeeld maar ook in Zuid Amerika, lange tijd zonder invloeden van elders, wisten onder andere Azteken en Maya's het bezitsprincipe tot welhaast kunstzinnige hoogten op te zwepen. Het werd iets menselijks zonder dat alle mensen er deel van uitmaakten, wat dan weer bewijst dat het in beginsel niet per se menselijk is.
Dat kwam door de interactie met trollen zoals je inmiddels weet, maar het was niet nodig geweest dat het zulk een hoge vlucht zou nemen als het niet was gecultiveerd door jullie machthebbers van het eerste uur. Machthebbers werden wat het woord haarfijn beschrijft: zij die de macht hebben wat iets helemaal anders is dan zij die leiden, al raakten beide begrippen uiteindelijk met elkaar versmolten en werden machthebbers leiders en vice versa. Die cohesie bestaat nog steeds, al staat er soms een leider op die geen daadwerkelijke macht bekleed zoals Marten Luther King, maar je weet wat er van hem is geworden. Machthebbers dulden geen leiders omdat zij een rechtstreekse ondermijning van de macht betekenen waarom leiders zo snel mogelijk moeten verdwijnen. De mens heeft in al die eeuwen in macht leren denken en elk individu probeert binnen zijn eigen beperkingen zoveel mogelijk van dat ingrediënt naar zich toe te trekken. Daarom houden jullie huisdieren, iets waarnaar je in deze wereld vergeefs zult zoeken. Daarom slaan zwakke mannen hun vrouwen en kinderen omdat zij de enigen zijn waarop ze vat hebben. Macht is een spel van negatieve ambitie, niet om de omgeving beter of mooier te maken maar om er zelf beter of mooier door te worden.
Er zijn natuurlijk gradaties maar macht schuilt in de kleinste hoekjes, niemand uitgezonderd, al gaat het soms om zoiets futielst als een tuinplantje dat niet wil groeien zoals de tuinman of -vrouw zich dat voorstelt. Dat moet worden geleid, gesnoeid en zelfs uitgetrokken en weggegooid. 
Dat is wat de mens niet ziet, niet wil en kan zien omdat het inmiddels raakt aan het fundament van zijn existentie, maar dat is ook precies de reden waarom de menselijke reactie op zijn omgeving niet verandert. Ze buigt niet mee met de werkelijke wetmatigheden, zover die al bestaan, maar ze probeert die omgeving naar zijn eigen wensen te forceren, en daar gaat het mis.

Inmiddels bereiken jullie een ultimatum waarbij verdere manipulatie steeds vaker mislukt en die je op een kwade dag heel duur kan komen te staan.”

Merlijn - koffiepraat

Wat ik verwachtte gebeurde niet, Legolas zei geen nee tegen de aangeboden koffie en proefde smakelijk van het donkere brouwsel wat mij verbaasde.
“Wij kennen de verslavende werking”, verklaarde hij. “Dwergen zijn beter bestand, elfen minder, wat niet wegneemt dat een smakelijk bekertje af en toe…” Hij glimlachte.
“Wonen jullie ook onder de grond?” vroeg ik aan dwergvrouw.
“Dit is onze habitat, zoals voor de trollen hoewel we niet aan elkaar verwant zijn.” Bij het horen van het woord trollen keek ik naar Legolas, maar hij glimlachte.
“De trol is evenmin aan ons verwant, en ja ook wij zijn gevoelig voor bijgeloof waarom we de soort liever niet bij de naam noemen. Er zijn er nog steeds die denken dat het hardop uitspreken ongeluk brengt, dat we hen oproepen om ons te overvallen, en dat diegene die hun naam noemt bij de eerstvolgende slachtoffers zal horen. Onzin natuurlijk, maar gevoeligheden zijn zaken die je van elkaar moet respecteren.”
“Trollen zijn niet de enige bedreiging voor jullie, maar op de anderen rust geen taboe?”
“Op de trol als zodanig rust geen taboe, alleen op het uitspreken van de naam. Een overerving uit een tijd toen we ons nog niet zo goed tegen hen konden verdedigen. Geschiedenis draagt een lange tijd, of we ons van dit gebruik ooit zullen bevrijden weet ik niet en het is ook niet belangrijk. Trollen zijn een soort, zoals wij een soort zijn, of jullie, of de dwergen. Wij hebben de pech dat zij ons als voedsel zien.” Legolas glimlachte. “Elke soort heeft voedsel nodig om te kunnen bestaan. Wij eten geen vlees, maar dwergen doen dat wel en moeten dus doden om zelf te overleven. Dat is een biologisch gegeven en dat geldt net zo goed voor trollen.”
Ongelovig staarde ik hem aan. “Hoor ik dit goed? Heb jij begrip voor het feit dat trollen jullie eten?”
“Wat is begrip? Het is een gegeven dat trollen zijn zoals ze zijn en dat geldt ook voor ons. Wij voelen ons niet superieur aan een andere soort, alleen is het lastig samenleven met wezens die ons graag in hun kookpotten zien. Sowieso, stel dat we tot overeenstemming zouden komen en zij in plaats van ons andere voedselbronnen zouden nemen, dan nog zou het vernietiging van leven betekenen en waarom zou een elfenleven meer betekenen dan bijvoorbeeld dat van een hert? Een soort is niet waardevoller omdat het beter opgewassen is tegen eventuele gevaren. Dat is de menselijke manier van denken. Bovendien wordt onze soort niet bedreigd door nu en dan een verlies. Wij allemaal maken deel uit van een natuurlijk proces waarin geboorte en dood nu eenmaal vaststaande gegevens zijn.”
Ik schudde mijn hoofd, was waarschijnlijk teveel mens om deze gedachtengang te kunnen volgen, al hoorde en begreep ik wel wat Legolas zei. “Elk wezen heeft dus dezelfde waarde?” vroeg ik ongelovig.
“Niet dezelfde. Elk wezen is anders en daarin uniek waarom dat ook geldt voor zijn waarde, maar waarde is een begrip dat door mensen schromelijk wordt overschat. Je kunt het niet ontlenen aan het feit dat je bestaat. Als je dat doet schakel je het hele systeem gelijk terwijl juist het interessante aan het leven is dat niets aan elkaar gelijk is. De waarde bestaat uit datgene wat je met het leven doet niet omdat het er is. Individuele waarde groeit of daalt met de jaren, afhankelijk van hoe je de verstreken tijd invult. Het recht van de trol is net zo goed om zijn leven te leven met de mogelijkheden die het heeft; een recht dat ieder levend wezen voor zichzelf opeist ongeacht de contradicties die het daarmee schept, want die zullen er altijd zijn. De plaats die ik hier en nu inneem kan niet door een ander worden ingenomen en het zou van kleingeestigheid getuigen als bijvoorbeeld jij dat zou proberen. Die contradictie is altijd aanwezig.”
“Ja maar, een denkend wezen dat een ander denkend wezen als voedselbron gebruikt…”
“Alle wezens denken, weliswaar niet op hetzelfde niveau, maar als je die ethiek consequent zou doortrekken zou je verhongeren. Je zou je eigen leven onmogelijk maken. Dat is waarom mensen onderscheid maken, grenzen trekken om voor zichzelf uit te maken wat toelaatbaar is. Dat dat niet lukt bewijzen jullie oorlogen: je eet elkaar niet, maar doodt niet minder!”

Die zat, want plotseling zag ik de verkwisting van mensenlevens door mensen in een heel ander perspectief. Niet alleen ethisch of in vormen van verkwisting, maar de onhoudbaarheid van een moraal die er in wezen helemaal niet was. Het “gij zult niet doden”-principe als beschermend laagje dat er dagelijks werd afgekrabd maar waarachter de mensheid zich toch bleef verschuilen, waaraan het notabene zijn hogere status ophing, het zich beter voelen dan elk ander wezen, was niet meer dan een verdraaid verhaal zoals elke schrijver het verhaal in zijn hoofd naar zijn hand zet om het superieur te laten lijken. Is dat de mens? Zijn superioriteit afgemeten aan wat hij zelf bedenkt zonder rekening te houden met de onmetelijke diversiteit van alles wat buiten hem gebeurt?  


Merlijn - atelier

Aan het eind van de korte tunnel bevond zich een reeks kamertjes waarvan we er eentje binnengingen aan de andere kant weer buiten liepen, een volle etage lager naar later bleek en ik had er niets van gemerkt.
Het licht was niet fel maar helder en zonder schaduwen werd alles van alle kanten duidelijk belicht, zelfs de kleinste details. Ik bleef staan, keek stomverbaasd naar deze nieuwe omgeving en begreep onmiddellijk dat wie hier werkten dwergen waren, maar niet zoals in de sprookjes met zwoegende ijzers en laaiende vuren, maar in een atelier groter dan een voetbalveld waar op de wanden of los in de ruimte schema’s werden geprojecteerd die als leidraad fungeerden voor wat de dwergen produceerden.
Rond Legolas mond speelde een fijn lachje. Hij nam mij mee naar een dwergenvrouwtje dat niet eens tot mijn borst reikte en stelde ons aan elkaar voor. Haar naam was onuitspreekbaar, en is niet belangrijk voor het verhaal, wel haar positie omdat ze leiding gaf aan deze afdeling van wat later een kolossaal ondergronds netwerk van hoogstaande technische nijver bleek te zijn.
“Dus toch hiërarchie”, merkte ik wat onbeholpen op.
“Bij dwergen wel, bij elfen niet”, sprak Legolas zacht en de vrouwelijke techneut glimlachte wijs.
“Structuren tussen culturen zijn altijd ongelijk”, gaf ze als haar mening waarbij ze mij vreemd openhartig aankeek. “Soms zelfs binnen eenzelfde soort.” Ze knipoogde guitig.
“Ik had begrepen dat er een zekere animositeit tussen elfen en dwergen heerste.”
Legolas lippen krulden ironisch. “Je moet niet teveel aandacht aan jullie sprookjes en verhalen schenken. De schrijvers hebben de verschillende feiten naar eigen inzicht aangepast om een soort menselijke samenleving in een ander jasje te creëren, maar het strookt meestal niet met de werkelijkheid.”
“Storen jullie je aan die weergave?”
“Storen is veel gezegd. We kennen jullie behoefte om feitelijkheden te verdraaien en als een mens ons gebruikt om een verhaal te schrijven wil dat niet zeggen dat wij ons daarmee vereenzelvigen. Ze doen maar, zou je kunnen zeggen, het raakt onze koudste kleren niet, hoewel dat ook weer niet altijd waar is, dat blijkt wel omdat ik jou telkens moet uitleggen dat wat jij over ons denkt te weten niet strookt met hoe het is.”
Ik kleurde beschaamd. “Neem me niet kwalijk.”
“Dat geeft niet”, lachte het dwergenvrouwtje, “Legolas vindt niets zo leuk als menselijke dwalingen recht zetten.”
“Dus jullie zijn het die alle gesofisticeerde techniek mogelijk maken”, probeerde ik het snel over een andere boeg om de voor mij vervelende impasse te doorbreken.
Het vrouwtje schudde haar hoofd. “Onze technische ontwikkeling is een symbiose tussen beide volken. Wij gebruiken elkaars mogelijkheden en specifieke vaardigheden om onze wereld te versterken. In haar totaliteit, bedoel ik, niet alleen voor onszelf. Het dwergvolk is de uitvoerende factor omdat juist daar onze kracht ligt. Wij zijn goed in knutselen, zou je kunnen zeggen”, lachte ze fijntjes, “maar het aanbrengen van wat nodig is komt vaak en heel gedetailleerd van de elfen hoewel wij natuurlijk te alle tijden onze inbreng hebben. Technisch vernuft werkt niet van boven opgelegd, maar komt van binnen door een versmelting van beredeneerde mogelijkheden en de wens van het gevoelsmatige, dat wat van belang is om de samenleving te versterken.”
“Niet zoals bij mensen om er winst mee te maken”, knikte ik.
“Dat speelt hier helemaal geen rol omdat meerwaarde in onze wereld niet aan de orde is. Meerwaarde is een uiting van hebzucht, wat wij niet kennen. Techniek is een instrument dat in zekere gevallen een toegevoegde waarde heeft, om het leven beter te begrijpen bijvoorbeeld, of om structuren zodanig te kanaliseren dat het geheel van het systeem er baat bij heeft… Wil je koffie?”
Ik keek verrast. “Elfen kenden geen koffie, naar ik aannam. Ik had het tenminste nergens gezien.”

Dwergvrouw glimlachte. “Niet alles wat de mens heeft ontdekt wordt door ons afgewezen, maar wij verbouwen het wel onder beschermde omstandigheden zodat infiltratie met ons eigen ecosysteem uitgesloten is.”

donderdag 27 april 2017

Merlijn - acceptatie

Leek het maar zo of werd ik langzaam maar zeker meer geaccepteerd door de elfen? Niet dat ik mij een lid van de familie begon te voelen, het leek meer op een welwillend gedoogd worden na mijn schamele prestaties met hun langboog en het meehelpen aan het voortbestaan van de soort, maar dat elfen tot volledige acceptatie van anderen in staat waren bewees Merlijn.
Hij ging op in de gemeenschap als een van hun en dat had misschien deels met zijn leeftijd te maken die voor elfen niet onder hoefde te doen, maar het was meer dan dat want ook hij was in de eerste plaats mens en besmet met het gehate trollenbloed en toch was daar niets van te merken. Zijn status leek gelijk aan elke elf en zo ver was ik nog lang niet.
Het verglijden naar geaccepteerd worden was nog klein maar ik merkte het aan sommige hints. Als ik iets vroeg werd er korter geaarzeld dan voorheen en vervolgens geknikt waarna ik uitleg kreeg of werd meegenomen om het gevraagde te zien. Zo vroeg ik mij af waar de technische apparatuur werd gemaakt, zeker niet in het dorp waar, behalve voor kleine reparaties, zelfs geen werkplaats was. Ik vroeg het Merlijn die op zijn beurt Legolas wenkte en hem mijn vraag in het elfs voorlegde waarna deze mij kort aankeek en vervolgens knikte.
Hij wenkte mij en ik volgde hem naar een van de kleine aangebouwde schuurtjes waar hij mij beduidde te wachten, zelf naar binnen ging en terugkwam met een glijder zoals ik ze bij de verdediging van het dorp had gezien.
Ik moest achter hem op het board gaan staan en me goed vasthouden aan de T-vormige greep die als een periscoop uit het bord omhoog kwam. Zonder waarschuwing steeg de plank loodrecht omhoog en onwillekeurig kneep ik in de handvaten. Het duizelde mij op de veel te smalle richel keek ik in de steeds diepere afgrond van het stijgende toestel dat plotseling pijlsnel vooruitvloog.
Legolas’ haren woeien in mijn gezicht, mijn benen trilden van spanning bang als ik was om het evenwicht te verliezen op het smalle en onstabiele stukje materie waarop we door het luchtruim suisden. Ik weet het niet, het zal sneller geleken hebben dan we ons werkelijk voortbewogen, maar op mij liet het de indruk van een rotgang zoefden we vogels voorbij terwijl het onding gebruik maakte van de thermiek waardoor het veel weg had van de hotsebotsende gang van een sneeuwscooter op een met schotsen bezaaide ijsvlakte.
De tocht duurde niet zo heel lang. Ik voelde dat we langzamer gingen en traag begonnen te dalen hoewel ik niets beneden ons zag wat dit kon verklaren en toch landden we, gleden nog een stukje door vlak boven de grond, een tra in het bos leidde naar een tunnel die in de lage rotsformatie was uitgehakt.
Zodra we naar binnen gleden floepten er overal lichten aan, warmte leek ons te verwelkomen en Legolas liet het toestel verder glijden tot bij een rek dat duidelijk voor de glijders was bedoeld.
We stapten af en de glijder schoof uit zichzelf in positie in het rek waar het zou wachten op onze terugkeer, misschien wel opgeladen werd, veronderstelde ik.

“Kom!” sprak Legolas en ik volgde dieper de tunnel in.

dusky crane's-bill starts blooming

click pic to enlarge












woensdag 26 april 2017

Merlijn - nageslacht

Het verwarde mij dat Adolana zich gedroeg als daarvoor alsof er niets was geweest en ergens verwachtte ik het wel: het leven ging door. Zoiets banaals als geslachtsgemeenschap had daarop geen vat; voor mensen wel, maar niet hier. 
Dat wil zeggen: voor de mens leek het dat te hebben, maar was dat wel zo? Deed het er iets toe met wie je vree, want was ook bij ons de keuze niet volkomen willekeurig? Je ontmoet elkaar en sommige mensen geloven dat dit is voorbestemd, maar even zo vrolijk scheiden de wegen met eventuele achterlating van nazaten en verslingeren beiden partners zich opnieuw, maar dan aan een ander. Was de rationele elfenmanier niet emotioneel eerlijker?
Kinderen zijn niet meer dan de voortzetting van het leven van een bepaalde soort, wat naar de fundamentele vraag leidt: waarom moet het leven worden voortgezet? Wat is er zo belangrijk aan voortplanting dat ouders met trots vervuld hun kroost aan de hele wereld laten zien? Alsof twee mensen iets hebben gepresteerd, iets fenomenaal hebben bijgedragen aan…, aan wat eigenlijk? Het meest nietige creatuur plant zich voort, dus wat is er zo bijzonder aan?
Elfen wisten waarom ze het deden. Om niet ten onder te gaan in de maalstroom van het leven, want daarom gaat het wanneer de aantallen beperkt zijn; de soort raakt overvleugeld door andere soorten, of krimpt dankzij de nadelige gevolgen van inteelt. Maar de mens: zeven miljard maar liefst… en groeiend, voordat je dat hebt weggevaagd, of zelfs maar gedecimeerd… Daar is alleen de eigen soort toe in staat en die zie ik er voor aan dat het nog lukt ook. Het stationaire geneuk van twee mensen voor de eeuwigheid maakt op die balans weinig verschil. Dus waarom dan?
Waarom in vredesnaam van de daken geschreeuwd dat je iets hebt gepresteerd wat in het geheel geen prestatie is, wat iedere boerenpummel kan als het zaad en eitje vruchtbaar zijn en dat is, zeker bij de mens, veeleer regel dan uitzondering.
In deze begreep ik Adolana, begreep ik de elfen, dat ze geen ophef maakten over het feit dat zeven vrouwen zwanger waren, dat ze bezig waren de verliezen op korte termijn te compenseren. Het ging veel meer om het daarna. Wat gebeurde er met de borelingen? Hoe werden zij voorbereid op het elfenleven dat hen wachtte?
Niet als bij de mens met een veelheid aan overcompensatie die wezens genereren die praktisch alleen nog kunnen functioneren binnen de uitgezette krijtlijnen van de beschermde omgeving. Voorgeprogrammeerd individualisme dat niet tot nauwelijks in staat is zelfstandig te overleven. De mens is een sociaal wezen in die zin dat het zonder de anderen geen schijn van kans heeft terwijl zijn gedrag in grote lijnen op het eigen zelf is gericht. Het gedraagt zich pas sociaal wanneer het de ander nodig heeft en heel soms wanneer de ander hem nodig heeft maar de daarvoor benodigde empathie lijkt met elke generatie te vervagen.
Daarmee vergeleken zijn elfen een sociaal experiment waarbij de noodzaak om te functioneren binnen de groep geen afbreuk doet aan de zelfstandigheid van het individu, al zou het natuurlijk in zijn eentje evenmin kans maken om als groep te overleven. De sociale samenhang geldt voor elk afzonderlijk waarom de elfensamenleving niet wordt geplaagd door onderlinge vetes. Het niet accepteren van een groep soortgenoten die een werelddeel gescheiden van elkaar leven is niet bestaand. Elf is elf en hoort als zodanig bij dezelfde familie, juist wellicht omdat het gezins- of familieverband in engere zin ontbreekt.
Elfenjongen worden door de groep grootgebracht en al zogen de moeders, de binding is aan de groep, niet aan de persoon. Dat verklaart de enorme sociale gehechtheid die niet toelaat dat kinderen dissidenten worden en zich tegen de gemeenschap keren terwijl tegelijkertijd en juist door de veelheid van familiale indrukken de zelfstandigheid van het jong maximaal wordt gestimuleerd. Het raakt niet geobsedeerd door waar het in uitblinkt, want kinderen blinken allemaal uit, vooral in zichzelf. Waar iemand’s toekomst ligt komt vanzelf bovendrijven als het wordt gevoed door alles wat de samenleving heeft te bieden. Daarin was elfenwereld uniek en het verklaarde ook dat levensnoodzakelijkheden zoals het hanteren van de boog bij elke elf nagenoeg even sterk ontwikkeld was terwijl andere vaardigheden, waarvoor een kleiner deel van de populatie was vereist naar evenredigheid over het aantal elfen was verdeeld.

Het was een opvoedkundig model zonder scholing. Het leven zelf was de school en elke elf een mentor voor de opgroeiende jongen.

wild horse & frozen pine marten on Cannerberg height

click pic to enlarge




























dinsdag 25 april 2017

Merlijn - verwekt

Ik kan niet precies beschrijven hoe ik me voelde toen het eenmaal zo ver was. Imponeerde zij met haar jaren die volgens Merlijn voor ervaring stonden? Voelde ik mij sowieso daardoor de mindere van elfen überhaupt? In elk geval was ik verdomd onzeker, als een jonge puber op zijn eerste afspraakje, erger nog: bang!
Adolana leek het te weten maar hield haar overwicht voor zichzelf om het niet nog erger te maken. Het lukte haar zelfs mij enigszins op mijn gemak te stellen zodat mijn knieën tenminste niet meer zo hinderlijk knikten. Dit gaat nooit lukken, dacht ik, de afgang van mijn leven. Dat soort zinnetjes zweefden door mijn hoofd en blokkeerden mijn lendenen waarin zelfs geen gevoel meer leek te huizen. Ik zweette en stotterde, maar waarom eigenlijk? Zij moest iets van mij, ik niet van haar, maar ook die gedachte; dat ze maar ziet hoe ze het krijgt, hielp niet. Wel haar massage!
Hoe ze elke vezel in mijn lijf wist te vinden, de tijd die ze ervoor nam, alsof haar handen, haar lijf de tijd uit de wereld veegden die van geen tel meer was, nooit meer zou bestaan.
Adolana wist hoe ze rust moest brengen. Ze kneedde de zelfverzekerdheid terug tussen mijn benen waar hij fier rechtop ging staan tot dolle dwaze drieste dingen in staat, en zeker tot het verwekken van een elfenkind.
Niet alleen in mijn lijf ook in mijn hoofd keerde de dadendrang terug. De daadkracht wilde heersen maar dat had ik toch verkeerd gezien.
Ik was een instrument en al was het fijn om instrument te zijn, het was de vrouw die hier mijn scepter zwaaide, kwam ik er eigenlijk nauwelijks aan te pas en het was goed zo zoals ik in haar verleiding smolt die mij toeliet op het juiste uitgekiende moment of was het zonder berekening, zo voelde het tenminste als de daad die mij leerde geven en zij nam zo vanzelfsprekend en ritmisch dat ik niet wilde dat het stopte zou ik door kunnen gaan niet voor even in het nu maar voor altijd in haar langgerekte toekomst waaraan ik nooit deel kon hebben besefte ik en er rolde een traan uit mijn oog over mijn wang die zij dronk en ze glimlachte rustig, rustte zij op mij en ik in haar waardoor ik heel even een glimp van haar lange leven zag.

Adolana bleek onmiddellijk zwanger wat al na enkele uren geweten was en de dracht die wat langer duurde dan bij de mens kon beginnen. Ik zou vader worden! Nou ja, ik had mijn kleine steentje bijgedragen, maar dat soort menselijke emoties kon ik maar beter achterwege laten…

Merlijn - nazaat

Tegenstrijdigheden waren hier blijkbaar net zo min vreemd als in de mensenwereld zoals waarom hield Adolana de wacht op het veld terwijl de elfen beschikten over het meest vernuftige verklikkersysteem waarover ik ooit had gehoord? Hun hele samenleving kwam mij tegenstrijdig voor; een rurale gemeenschap met hoogstaande technische verworvenheden werkte op mij nogal contradictoir, gewend als ik was aan een stedelijke samenhang waarin techniek voor mijn gevoel een veel logischer plaats innam. Ik kon het mij eenvoudig niet voorstellen: boeren die de wetmatigheden van de kwantummechanica beheersten, en hoe zat dat met de natuur die niet binnen wetten was te vangen, volgens Merlijn? Zoveel meer inzage ik in elfenwereld kreeg zoveel vreemder kwam ze mij voor en het werd nog vreemder toen Adolana mij uitnodigde met haar te slapen.
Het verlies aan elfenlevens genereerde een rechtstreeks gevolg. Het activeerde de vruchtbaarheid bij elke elfenvrouw in het dorp die weer zou verdwijnen zodra er zeven zwanger waren, een cyclus die alleen plaatsvond bij de dood van een of meerdere leden van de gemeenschap betekende echter niet dat elfen daarbuiten geen seks hadden, maar hun seksualiteit bleef zonder gevolgen voorzover het de productie van nageslacht betrof.
Elfen kenden geen vaste partners. Geheel volgens de regels van een libertijnse gemeenschap beleefden zij hun lustgevoelens naar de behoeften van het moment, zuiver om het plezier zonder dat daaraan consequenties waren verbonden. Onnodig om daarbij te vermelden dat de term verkrachting in hun taal zelfs niet bestond. Genot was een onderdeel van het leven, en dat genot gold iedereen die erbij betrokken was.
“Ik wil het met jou”, sprak Adolana simpelweg, en ik wist niet wat zij bedoelde. Het kwam gewoon niet bij me op dat een elfenvrouw seks met een mens wilde en toch was de redenering vrij eenvoudig: ik was vers bloed wat gunstig kon zijn voor de genenpoel binnen de gemeenschap.
Ik vroeg me af of het wel kon, maar Merlijn verzekerde mij lachend dat dat geen probleem was. “Heb jij ervaring?”
“Dat gaat jou geen ene sodemieter aan”, antwoordde de tovenaar gedecideerd wat voor mij zo goed als een bekentenis klonk. “Mensen kunnen met heel wat andere soorten succesvol paren”, vervolgde hij, “met sommige apensoorten bijvoorbeeld. Dat is in het verleden wel bewezen.” Ik trok de wenkbrauwen op, maar hij schudde zijn hoofd. “Je zou het toch niet geloven.”
“Ja maar ik, een mens waar ze zo’n hekel aan hebben?”
Hij lachte fijntjes. “Maak je maar geen illusies. Elfengenen nemen het hoe dan ook over. Jij bent ondergeschikt maar toevallig aanwezig. Je bent gewoon een spermadonor en ook niet meer, wat niet wil zeggen dat je er geen plezier aan mag beleven. Volg de ervaring van Adolana en je hebt de daad van je leven.”
“Zeg eens”, protesteerde ik nogal menselijk mannelijk, “ik ben ook niet zonder ervaring.”
De tovenaar lachte. “Adolana is weliswaar nog erg jong, maar tegen haar vierhonderdtweeëntwintig jaren staan jouw schamele eenendertig. Wat ervaring betreft brengt zij het veertienvoudige mee.”

Hoe de oude mijn leeftijd wist was me een raadsel.

maandag 24 april 2017

Merlijn - rouw

De overwinning werd niet gevierd. Er werd zelfs niet over gesproken. Het was een klus die was geklaard, niet leuk maar noodzakelijk.
De elfen uit de andere dorpen bleven niet, landden zelfs niet maar keerden onmiddellijk hun glijders en nog voor wij in het dorp terug waren was het luchtruim alweer verlaten.
Ik begreep er niets van, voelde mij euforisch na het verslaan van de trollen had ik wel een feestje verwacht, zeker ook omdat er van onze kant maar zo weinig verliezen te betreuren vielen; zeven elfen waren verscheurd en als buit meegenomen terwijl de vijand toch zeker een honderdtal gesneuvelde kameraden moest bergen.
Het enige dat kon worden aangemerkt als een vorm van ceremonie was het aanmaken van een nieuw pictogram op de buitenmuur van een van de huizen; een voetnoot in de geschiedenis van het dorp. Die tekeningetjes waren mij wel opgevallen maar pas nu begreep ik de betekenis, een historisch verslag van gebeurtenissen die betrekking hadden op het dorp zelf of waarbij haar bewoners waren betrokken: een feitenrelaas kleurden de kleine huisjes zonder bombast of heldenverering. De gesneuvelden zouden in een mensensamenleving tenminste zijn bijgezet op een plaquette, er zou een herdenking worden georganiseerd, en waarschijnlijk zou de slag en het verlies nog jaren zijn herdacht. Niet bij de elfen. Door hun positie op de flank wisten de gevallenen dat ze het grootste risico liepen en het was niet dat ze daarvoor gekozen hadden of ervoor waren uitgezocht of aangewezen. Toen de elfen de barricade bezetten gebeurde dat heel geordend vanuit het centrum. Er werd niet naar gekeken wie zich waar bevond en het was me evenmin opgevallen dat individuen sneller wilden zijn of voordrongen om te vermijden dat ze in de gevaarlijkste zones terechtkwamen. Het gebeurde zoals het ging. Ieder van hen had daar kunnen staan, maar het waren deze zeven die uiteindelijk de klos waren, waar achteraf weinig aandacht aan werd besteed.
De gevallenen werden in stilte herdacht. Niet door hun naasten want dat waren alle dorpelingen. Familiebetrekkingen, wie wiens vader of moeder was werd niet bijgehouden, en ook niet van belang geacht, elfen waren allemaal familie van elkaar zoals mensen dat eigenlijk ook zijn, alleen hebben wij de zaken opgesplitst, als het ware de teugels aangetrokken om bezit zelfs in dit verband te benadrukken. Afkomst was elf en daarmee uit!
Daarom merkte ik weinig van rouw die toch in elke elf moest overheersen zo kort na het verlies. Niet in woord of daad, geen enkele klacht. We zaten nog wat bij elkaar en bespraken de taken voor morgen alsof er ogenschijnlijk niets was gebeurd.
Ik keek naar Merlijn die met een stille glimlach voor zich uit staarde, maar durfde hem er niet naar te vragen omdat ik inmiddels het taboe dat op het noemen van het woord trol stond wel begreep, en het waren trollen die het huidige verlies op hun geweten hadden.

De contradicties ontgingen mij echter niet. Naar mijn mening moesten dit soort gebeurtenissen toch trauma’s opleveren, of gold dat niet voor elfen waarvan de psyche misschien wel langs heel andere radertjes draaiden dan bij mensen. Of was het wellicht zo dat menselijke emoties in de loop van onze evolutie zo waren opgeklopt dat het minste een trauma genereerde waarvoor bijstand en herdenking onontbeerlijk was?