Follow by Email

zaterdag 15 juli 2017

Merlijn - cyclus

Heel de tijd schommelde ik tussen afschuw en fascinatie. Dit was de perfecte voedingsbodem voor narcistisch despotisme waarom ik wilde weten of dat zogenaamde slaven-geluk wel echt was.
“Heb je er iets op tegen als ik met je slaven praat?”
“Helemaal niet”, sprak de prins minzaam en zei iets tegen de laatst bevruchtte slavin.
“Mag ik ze zelf uitzoeken?”
“Dat mag maar je zult er weinig aan hebben. Er zijn er niet veel die Frans spreken en begrijpen. Ik heb de slavin taalonderricht uit de voedsterkamer van de opvolger laten roepen. Zij zal je rondleiden.”
Doorgestoken kaart, dacht ik, maar moest gedurende mijn omgang met de lerares Frans mijn mening herzien.
Ze knikte naar mij, deed in het geheel niet onderdanig tegenover haar prins, wat mij ook al tijdens de doorstane reeks bevruchtingen was opgevallen. De slavinnen waren meegaand natuurlijk, maar onderdanig, nederig of bang kon je hen niet noemen. Dat was althans mijn indruk en ook de lerares Frans kwam volslagen natuurlijk op mij over.
Ik vroeg haar naam maar die had ze niet. Niemand overigens. Iedereen was inwisselbaar. Individualisme bestond niet. Nou ja, misschien bij de prins door zijn unieke positie en status.
Ze was een vrouw van in de veertig, schatte ik, maar ik vroeg het toch maar voor de zekerheid.
“Ik ben in mijn vijfde en laatste eenheid”, antwoordde ze blij.
“En een eenheid is…?”
“Zes omgangen.” Daar schoot ik wat mee op.
“Hoeveel is een omgang?”
“Tweehonderd cycli.”
“Een cyclus is een dag en een nacht?” Ze knikte. Ik rekende het om in mijn hoofd, nogmaals en bleef perplex staan. Ze was nog geen vijftien jaar oud!
“Je laatste eenheid”, herhaalde ik. “Dat betekent…?”
“Dat ik mezelf hierna als conservering mag wijden”, sprak ze blij. “Over twee omgangen ga ik naar de droogkamer.”
“Daar zie je niet tegenop?”
“Waarom?”
“Omdat je leven eindigt.”
“Welnee”, lachte ze, “dan begint het pas. Ik word vermalen tot de cellen waaruit ik besta en elke cel krijgt de opdracht een voedselcel tegen rotten te beschermen en dat voor een oneindige periode…”
“Wacht eens even. Worden je cellen niet tegelijk met het voedsel opgegeten?”
“Jawel, maar het voedsel verteert en wordt opgenomen door de gasteter, mijn cellen niet en nemen na de uitscheiding opnieuw deel aan de voedselcyclus”, legde ze geduldig uit. “Oneindige dienstbaarheid. Er bestaat geen hogere graad van leven.”

Het duizelde mij. Konden ze hier niet rekenen? Als van al die triljoenen cellen er nooit eentje verloren ging hoeveel voedsel verbruikten ze dan? Maar zoals elke religie was ook deze niet op logica gebaseerd. Het was zoals zij zei en daaraan viel niet te tornen. Hier was de hemel op celniveau; een minuscuul kapseltje rond een voedselcelletje om het veilig te beschutten tot het werd verorberd waarna het celletje zich losmaakte, een plezierreisje door het darmkanaal maakte om vervolgens een nieuw voedselcelletje te omarmen. De goddelijke liefde en oneindige goedheid in optima forma. Het perfecte hiernamaals want alle toekomstige generaties raakten nooit uitgevreten en uitgescheten!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen